Identifier et s’attaquer aux trous dans le jardin

Dans de nombreux jardins, des trous et des tas de sable apparaissent qui soulèvent la question : qui vit sous terre et quel animal creuse de grands trous dans le jardin ? Cet article informatif aborde les suspects les plus importants, comment les reconnaître et les moyens respectueux des animaux pour limiter la nuisance.

Wie beweegt er onder de grond?

In tuinen kunnen holletjes en gangen ontstaan door diverse dieren die onder de grond leven. De vraag welk dier graaft grote gaten in de tuin wordt vaak gesteld, want de grootte en de structuur van de openingsgaten geven al een eerste aanwijzing. Een veelgebruikte vuistregel is dat een opening met een diameter van circa 4–6 cm vaak duidt op mol- of woelmuisactiviteit, terwijl grotere openingen en uitgebreide gangen eerder op ratten of konijnen wijzen. Ook de verspreiding van zand of losse aarde op het gazon nabij paden kan een teken zijn van ondergronds werk. Daarnaast kan de aanwezigheid van padden zorgen voor ondergrondse leefgebieden in sommige delen van de tuin.

Belangrijkste verdachten en herkenning

Om te bepalen wie er achter de holletjes zit, kun je letten op de kenmerken van de opening, de vorm van het gangenstelsel en de nabijgelegen sporen. Hieronder volgen de meest voorkomende dieren en hoe je zeHerkennen:

Mollen

Mollen graven een netwerk van tunnels onder het gazon en laten vaak losse aarde als molshopen verschijnen. Een typisch kenmerk is een ronde opening met een diameter van ongeveer 4–6 cm en een ondergronds gangenstelsel dat dwars door de bodem loopt. Op het oppervlak zie je vaak hobbelige plekken en verspreide aarde. Mollen zorgen voor bemesting en losmaken van de bodem, maar kunnen wortels en grasmat beschadigen wanneer ze intensief graven.

Woelmuizen

Woelmuizen maken meestal kleinere ingangen met een diameter van circa 2–3 cm en hebben meerdere ingangen die naar ondergrondse gangen leiden. Het gangenstelsel kan lang zijn en verspreid over meerdere zones in de tuin liggen. Je herkent ze aan smalle gangen met losse aarde en soms kleine, onregelmatige holletjes tussen planten en paden. Ze kunnen wortels en jonge scheuten schade toebrengen.

Ratten en woelratten

Ratten en soms woelratten hebben grotere openingen—ongeveer 4–6 cm—en gebruiken vaak langere, verborgen gangen. Aanwezigheid van knaagsporen, uitwerpselen en mogelijk voedselresten in de buurt kan wijzen op rattenactiviteit. Ratten vormen een directe gezondheids- en veiligheidsrisico en kunnen aanzienlijke schade veroorzaken aan gras, planten en structuren.

Konijnen

Konijnen creëren vaak grotere, onregelmatige holten met meerdere ingangen. Deze holen bevinden zich meestal in de buurt van struiken en gazons en worden vaak gebruikt om te schuilen en te rusten. Tekenen zijn onder andere brede ingangen, ingesleten wandelpaden en knaagsignalen aan jonge scheuten. Konijnen kunnen aanzienlijke schade aan jonge planten en aanplant veroorzaken.

Padden

Padden kunnen eveneens ondergronds wonen in trop, beschutte hoeken van de tuin. Hun holen zijn soms minder zichtbaar, maar komen voor in vochtige, beschutte plekken. Padden dragen bij aan de biodiversiteit in de tuin en veroorzaken doorgaans weinig directe schade aan planten, maar hun aanwezigheid geeft aan dat er geschikte schuilplaatsen in de bodem aanwezig zijn.

Holen herkennen en inspecteren zonder schade te veroorzaken

Om te achterhalen wie er achter de holletjes zit, kun je systematisch te werk gaan. Let op de diameter van de opening, de dichtheid van tunnels en de aanwezigheid van uitwerpselen of knaagsignalen. Controleer ook de locatie: holletjes direct naast houten hekjes, bij kippenhokken of langs oudere struiken kunnen duiden op specifieke dieren. Een wildcamera kan nuttig zijn om ’s avonds of ’s nachts activiteit vast te leggen zonder de dieren te storen. Bij een combinatie van grote openingen en knaagsporen is het verstandig alarm te slaan en de situatie te monitoren voordat je ingreep.

Praktische maatregelen tegen holletjes in de tuin

Een evenwichtige aanpak is cruciaal: je wilt overlast beperken en tegelijkertijd dieren in de tuin niet onnodig schaden. Hieronder vind je praktische opties, van eenvoudige preventie tot meer ingrijpende bestrijding:

Voorkomen en beperken van attracties

  • Bewaar voedselresten en voer voor huisdieren goed; laat kippenvoer niet buitenstaan.
  • Houd de tuin schoon van dakkorrels, fruit en zaadjes die dieren aantrekken.
  • Werk beschutte plekken weg waar dieren zich graag nestelen of toevlucht nemen.

Fysieke barrières en sluiting van ingangen

  • Bedek openingen tijdelijk met hardnekkige stukjes gaas of zware stenen zodat dieren de gangen niet kunnen gebruiken.
  • Voor langere termijn kun je gaasplaten of kippengaas aanbrengen onder struiken en in de nabijheid van gazons om de toegang tot bepaalde gangen te beperken.
  • Bij mollen kun je overwegen om extra stevige afdekking te plaatsen die de onderliggende gangen niet beschadigt.

Observatie en detectie

  • Gebruik een wildcamera om te achterhalen welke soort ’s nachts actief is.
  • Inspecteer de omgeving na een regenbui wanneer dieren mogelijk actiever zijn en hun gangen laten zien.
  • Let op specifieke sporen zoals knaag- of zandsporen en de richting van de gangen.

Voorkeur voor humane en gerichte aanpak per dader

  • Mollen: fysieke barrières en het voorkomen van voedingsbronnen helpen; laat de populatie op peil door biodiversiteit te bevorderen en vermijden van gifmiddelen.
  • Woelmuizen: fysieke afsluiting van toegangswegen en aanleg van passende beplanting die geen wortelvriendelijke trektocht biedt.
  • Ratten/woelratten: zorg voor opruiming van voedselbronnen en plaats eenvoudige, humaan detectoren zoals lenige vallen op verantwoorde wijze en volgens locale regelgeving.
  • Konijnen: afscherming van kwetsbare scheuten met beschermingsnetten en het verwijderen van aantrekkelijke, jonge planten; creëer compacte afschermingszones.
  • Padden: behoud van potten en beschutte schuilplaatsen zonder ze volledig te verwijderen; compele vermijden en oog voor biodiversiteit.

Specifieke aandachtspunten bij lavendel en andere planten

In sommige tuinen vragen mensen zich af of lavendel aantrekkelijk is voor dieren. Over het algemeen wordt lavendel niet vaak gegeten door veel tuinbewoners en dieren; het is vaker een locatie die als schuilplaats of paars perk vervult. Als lavendel toch beschadigd lijkt, kijk dan naar mogelijke oorzaken buiten plantenkeuze en overweeg beschermende hekjes of netten rond kwetsbare planten.

Een plan maken en monitoren

Begin met een duidelijke identificatie van de dader en werk vervolgens stap voor stap naar een oplossing toe. Gebruik waar mogelijk diervriendelijke methodes en pas je aanpak aan op basis van de reactie van de dieren. Houd de situatie in de gaten en evalueer na elke verandering of de overlast afneemt. Zo kun je de tuin weer plezierig maken terwijl je rekening houdt met de leefwereld van de dieren.